Eigenaars 't HAMERKEN
1580 : de naam 't Hamerken komt de eerste keer voor als landelijk huis (St.-Jans Sestendeel fol 1027)
Het huis staat bekend als herberg waarvan de uitbaters vanaf 1588 in registers zijn terug te vinden.
1770 : 't Hamerken wordt omschreven als stokerij en herberg met als eigenaars:
1770 : François de Knock
1816 : Louis de Busscher-Minne
voor 1850 : Joannes-Baptiste Schaeverbeke x Theresia Van Wassenhove.
zijn oudste zoon volgde hem op, voor de andere zoon Charles Schaeverbeke (°20.08.1852 +16.01.1919) kocht vader de brouwerij DEN ANKER in de Wijngaardstraat. Nog een andere zoon, Leon Schaverbeke richt in 1894 de brouwerij LA MARINE op in de Wollestraat.
1850 : Joannes-Baptist Schaeverbeke-Delanote
1855 : Joannes Baptist Schaeverbeke-Coppens
1872 : JULES VANNESTE (°22.10.1835 +12.02.1909)
1906 : Cyriel Vanneste (°03.05.1861 +09.03.1925) & broers Camille & Victor
1926 : Cyriel Vanneste & kinderen
1940 : Jacques Vanneste (°24.07.1908 +27.04.1985) p.v.b.a. 'T HAMERKEN
1982 : zakelijke overeenkomst met Brouwerij Haacht die het handelfonds overneemt. Depot Haacht. de gebouwen blijven eigendom van de fam. Vanneste
De Gouden Boom verder zonder Paul Vanneste
Palm zet stichter van brouwerij aan de deur
woensdag 28 augustus 2002
Auteur: Nieuwsblad.be
BRUGGE - Paul Vanneste (57) is vanaf eind deze week niet langer het Brugse boegbeeld van brouwerij De Gouden Boom in de Langestraat. Vrijdag begint hij er aan zijn laatste werkdag. Brouwerij Palm, die op 16 november 2001 een meerderheidsbelang van 93 procent in De Gouden Boom verwierf, besloot de zaak zonder Paul Vanneste te runnen. Deze laatste mag er wel nog blijven wonen.
Ook de vzw Brugs Brouwerij- en Mouterijmuseum, waarvan Paul voorzitter is, blijft in de brouwerij gevestigd. ,,We willen de continuïteit waarborgen en willen het museum daarom uitbouwen en ook investeren in een meer hedendaagse infrastructuur'', laat public relationsmanager Peter Buelens weten.
Buelens vindt het ook vanzelfsprekend dat de productie van edele bieren zoals Brugse Tripel op de huidige site blijft. ,,We hebben De Gouden Boom overgenomen omdat deze brouwerij model staat voor stadsbieren. Stadsbieren zijn enkel die naam waardig als ze in de stad worden gebrouwen. Dus wordt er voort in Brugge gebrouwen. De productie zal daarbij worden gestuurd vanuit Roeselare. Onze commerciële knowhow moet een stimulans zijn om de bieren van De Gouden Boom nog breder af te zetten.''
,,Dit betekent het einde van de familie Vanneste op deze site. Mijn overgrootvader Jules is er in het najaar van 1872 gekomen. Zelf kwam ik op 1 oktober 1970 in de brouwerij, die toen nog 't Hamerken heette. Op 6 oktober 1983 heb ik er De Gouden Boom gesticht. Na 130 jaar verlaat ik nu als laatste Vanneste de brouwerij'', mijmert Paul.
,,Wat ik nu zal doen? Het is nog wat te vroeg om met pensioen te gaan. Ik zoek iets anders. Mogelijk blijf ik nog in de brouwerijsector actief'', luidt het nog.
In deze historiek concentreren we ons op zoon Jules Vanneste, de eigenlijke stichter van de brouwerij in
de Langestraat. Jules en z’n vrouw verhuisden in 1872 naar Brugge en namen hun zes kinderen mee.
In Brugge kregen ze trouwens nog eens twee kinderen! In datzelfde jaar reeds kochten ze het pand
in de Langestraat 45 waar toen nog een jeneverstokerij gevestigd was. Ze betaalden er welgeteld vijfenzestigduizend frank voor. Alle installaties van de stokerij waren in deze overeenkomst opgenomen.
De verkoper verbond er zich ook nog toe om de herbergen in zijn eigendom te verplichten jenever af te
nemen aan Jules Vanneste. Een tweetal maanden later al kwam er een hypotheek op het huis als borg
voor de accijnzen voor het verkopen van jenever. Door enkele interessante erfdelen en de verkoop
van landerijen in Oostkamp en Beernem konden ze investeren in de uitbreiding van de stokerij. Er
werden vele jaren goede zaken gedaan met de jeneverstokerij.
In 1889 werd, mede onder invloed van de drie volwassen zonen, aan uitbreiding naar bier brouwen gedacht. Het verbruik van sterke drank als jenever nam immers snel af door allerlei campagnes en
maatregelen van de overheid. Men wilde het zware alcoholisme een halt toeroepen.
Bier brouwen en jenever stoken heeft ook wel enige verwantschap. Beide hebben mout als grondstof en
er was een stoomketel voor nodig. De beslissing was genomen: ze gingen ook bier brouwen. Op het
moment van die uitbreiding waren er in Brugge al vijfentwintig bierbrouwers actief, waarvan brouwijerij
Den Arend (het latere Aigle) de grootste was.
Tonnenbier en drukvaten
Buiten het toen gebruikelijke bier in houten tonnen werden ook reeds, zij het in beperkte mate, ‘drukvaten’ gebruikt. Doordat het bier in tonnen blootgesteld werd aan lucht zat er weinig druk op en was
het dus nogal ‘plat’. Toch is het jarenlang heel populair gebleven. De gebruiker lieten de tonnen in z’n
kelder leveren en ging en ging het dan per kan uit de kelder halen voor consumptie. ‘Gebroeders - brouwers’ deden de omzet stijgen Doordat niet alleen de vader maar ook de drie zonen vol inzet in de brouwerij actief waren steeg de omzet zienderogen. In 1898 werd dan ook een nieuw mouterijgebouw
opgericht. De ‘gebroeders-brouwers’ werkten in de voormiddag in de brouwerij en gingen
‘s namiddags de baan op voor het commerciële werk. ‘ S avonds, na heel wat besprekingen en ook
proeven met de cafébazen, kwamen ze thuis met een pak bestellingen.
Tot 1908 was er een jaarlijkse omzetstijging van tien à twintig procent. In 1904 stootte de brouwerij door
tot de tweede grootste van Brugge. In die jaren werd ook beslist om de jeneverstokerij stop te zetten. Ze
kregen daar toen zelf een subsidie van de Staat voor. Als er nog jenever nodig was om de klanten te bedienen werd deze aangekocht bij de ‘Nederlandse Gist en Spiritusfabriek’ (de ‘gisfabrieke’ in het Brugs).
Tweede generatie neemt het roer over.
In 1905 trok oprichter Jules Vanneste zich op zeventigjarige leeftijd volledig uit de brouwerij terug. De
drie zonen stichtten de vennootschap ‘Cyrille Vanneste en broeders, maatschappij onder gezamenlijk
naam. Ze maakten een akkoord over de werkverdeling.
De rekeningstaten werden elke week door alle drie afgetekend zodat er geen onenigheid kon ontstaan.
Elk moest om beurt ’het werkvolk bewaken en bestieren’. Toen vader Jules stierf in 1909 erfden
alle kinderen en de vrouw van Jules verschillende herbergen. De broers maakten als zaakvoerders
duidelijke prijsafspraken met hun zusters en moeder.
Moeder kreeg twee frank per verkochte bierton in haar herbergen en de zussen kregen één frank
voor de verkoop in hun herbergen…De zaken gingen goed onder het bestuur van de drie broers en dus was er ook nood aan bijkomend personeel. Men werkte er al vlug met veertien man, met name één brouwer, één stoker, één kuiper en elf brouwersgasten. Het dagloon bedroeg drie frank. De werknemers kregen toen al een verzekering tegen ziekte en arbeidsongevallen en in 1911 werd er in een refter voor het personeel voorzien. Een interessant document is het ’Reglement der werklieden
van de brouwerij’. Daaruit leren we dat een werkdag toen reeds begon om zes uur ’s morgens en eindigde om acht uur ’s avonds. In de diverse artikelen lezen we ondermeer dat de werklieden ’gehouden zijn malkander vriendelijk aan te spreken’ en dat op bepaalde overtredingen boetes worden toegepast van ten hoogste vijftig centiemen daags, zoals het stelen van bier of jenever, het ’kijven ofte vechten op straat of op de werkplaats‘, ‘in het graan of mout te spuwen of zich te snuiten zonder zakdoek‘…
De biersoorten
In het begin van de twintigste eeuw werd vooral bier van hoge gisting in tonnen verkocht. Het werd direct
aan huis geleverd en meestal in de kelder bewaard. Kort voor W.O. I waren toch al enkele cafés uitgerust met een koolzuurgasinstallatie om het bier onder druk naar de tapkraan te leiden. Een tussenvariant waren de drukvaten waarbij de uitbater via een handpomp achter de toog lucht op het vat pompte waardoor de druk op het vat steeg en het bier naar de kraan liep. Het bier dat toen in Brugge het meest gedronken werd, was het Vlaams bruin bier. Men noemde het ook wel ‘La bière du pays’. In een publiciteit werd het als volgt omschreven: “Goutez la délicieuze Brune des Flandres à fournir par la Brasserie Cyrille Vanneste & frères, Bruges Rue Longue 41”. Daarnaast werd er ook nog witbier en bierazijn verkocht.
De sterke groei voor de oorlog
De broers waren verzekerd van een grote en regelmatige afname doordat ze zestig huurpanden
bezaten met verplichte afname aan de brouwerij. Daarnaast waren er ook nog de leveringen aan de
vrije cafés en de particulieren. Ook aan de kust waren ze actief, in Oostende en Knokke waar het
toerisme sterk opkwam. Daarnaast ook in Loppem, Beerneem, Oostkamp. In de jaren ‘10 hadden ze een driehonderdtal vaste klanten. De brouwerij was dan ook op z’n tijd ver vooruit en was volledig gemechaniseerd. Bij enkele andere brouwerijen in de stad namen ze letterlijk nog de roerstok ter hand.